Een PDF comprimeren

De meeste “pdf comprimeren”-sites doen één ding en vertellen je niet wat het kost. Hier kies je zelf: de tekstlaag behouden en een bescheiden besparing pakken, of de pagina’s rasteren en een grote.

De tool wordt geladen…

Hoe het werkt

  1. Sleep je PDF erin.
  2. Kies de verliesvrije opschoning, of rasteren met een resolutie en een JPEG-kwaliteit.
  3. Comprimeer en download. De tool laat de echte grootte voor en na zien, ook als er helemaal niets bespaard wordt.

Waarom er niets wordt geüpload

Alles wat deze pagina doet, doet code die in je browsertabblad draait, met dezelfde engine die ook webpagina’s tekent. Je bestand wordt van schijf naar het geheugen van dat tabblad gelezen, daar bewerkt en weer weggeschreven als download. Het wordt nergens naartoe gestuurd — niet naar ons, en niet naar een derde partij.

Controleer het zelf

  1. Open de ontwikkelaarstools van je browser (F12) en kies het tabblad Netwerk.
  2. Laad je bestand en start de tool.
  3. De enige verzoeken die je ziet, halen de code van de tool zelf op — en bij een paar zware tools hun opensource-engine van een openbare CDN — plus één kleine bezoekmelding aan loreatec.jp (adres en titel van de pagina, meer niet). In geen van die verzoeken zit jouw bestand.

Bewijs dat het lokaal blijft →

Veelgestelde vragen

Waarom levert de verliesvrije modus maar een paar procent op?

Omdat die alleen de structuur van het bestand opnieuw inpakt: objectstreams, weggelaten metadata, geen dubbele bronnen. Is je PDF groot omdat er foto’s of een scan in zitten, dan zitten de bytes in de afbeeldingen, en daar komt geen enkele verliesvrije bewerking aan zonder ze opnieuw te coderen.

Wat verlies ik precies door te rasteren?

De tekstlaag. Na het rasteren is elke pagina een plaatje: je kunt de tekst niet selecteren, kopiëren of doorzoeken, en schermlezers kunnen hem niet voorlezen. Vectortekeningen worden ook pixels. Daar staat tegenover dat een scan van 40 MB vaak onder de 4 MB uitkomt. Bewaar het origineel.

Welke resolutie kan ik het beste kiezen?

150 dpi is de verstandige standaard: scherp op het scherm en prima voor gewoon drukwerk. 100 dpi is om op een telefoon te lezen. 300 dpi is voor iets dat op ware grootte wordt afgedrukt, en levert weinig besparing op.

Een bestand van 200 pagina’s — trekt mijn browser dat?

De pagina’s worden één voor één gerenderd en het canvas wordt na elke pagina vrijgegeven, dus het geheugengebruik blijft vlak. Het gaat langzamer dan op een server, want het is je eigen laptop die het doet — maar er wordt niets geüpload.